BOEK VAN DE MAAND

DECEMBER

Tips en tricks om je eigen filmpjes te maken en te projecteren

Maak je eigen filmpjes met je smartphone en projecteer ze op de muur!
Bezorg je vrienden en familie een onvergetelijke avond.

Een compleet pakket:

§  Praktische handleiding: ontdek de basistechnieken van filmen en monteren
§  Kwalitatieve lens om van de doos een beamer te maken
§  Popcorndozen en tickets voor je filmvoorstelling
§  Storyboardboekje om ideeën in beelden om te zetten

Gouden Tijden van de Zuidelijke Nederlanden

Vanuit hun eigen achtergrond, persoonlijkheid en levenservaring schrijven ondernemer Fernand Huts en kunsthistorica Katharina van Cauteren hun eigen verhaal over eenzelfde onderwerp: de Gouden Tijd van de Zuidelijke Nederlanden in de middeleeuwen. In hun eigen stijl en zonder enig overleg met elkaar geven ze hun eigen visie over de ontwikkeling van het kapitalisme, de middeleeuwse wereld waarin kunst, nijverheid, landbouw, industrie, handel en financiën tot stand kwamen.

IN ACTIE

Smartphone-Filmstudio bestellen met 10% korting en gratis verzending?
Klik en gebruik in je winkelmandje de kortingscode ‘muzes’.

Voor God en Geld bestellen met 10% korting en gratis verzending?
Klik en gebruik in je winkelmandje  de kortingscode ‘muzes’.

Esthetische opvoeding in het algemeen onderwijs

Is de muzische vorming in het Lager Onderwijs goed ingebed (de reële problemen in de onderwijspraktijk vallen buiten het bestek van deze tekst), dan is de situatie in het ASO ronduit dramatisch. Het kunstenaanbod is er volstrekt ontoereikend en staat steeds meer onder druk. De esthetische vorming van de leerling is te zeer verspreid over andere vakken (talen, Geschiedenis…) en eenmalige projecten. Die situatie biedt geen enkele garantie voor een gedegen esthetische opvoeding – zeker als we weten dat er in de vele scholen geen of nauwelijks cultuur- of kunstcoördinatoren zijn die op de leerinhouden kunst en cultuur toezien.

Aan welke voorwaarden moet dan wel worden voldaan om een kwalitatieve esthetische opvoeding te garanderen? Om te beginnen moeten de kunstvakken in het onderwijs een veel duidelijkere zichtbaarheid en een betere, meer uitgebalanceerde inhoudelijke invulling krijgen. Daarbij is het van het allergrootste belang dat de continuïteit in het leertraject wordt verzekerd en dat jongeren gedurende het volledige curriculum, van het eerste tot het laatste jaar, met artistieke en esthetische kwesties worden geconfronteerd. De kunsten moeten een vaste en onontkoombare plaats verwerven, zodat leerlingen gedwongen worden om er zich toe te verhouden. De ene leerling zal erdoor worden aangesproken; anderen zullen er een hekel aan hebben. Voor basisvakken als talen, wiskunde of wetenschappen is het niet anders. Nochtans is dat voor beleidsvoeders nooit een reden geweest om die vakken niet aan te bieden.

Enkel wanneer het artistieke leergebied verplicht wordt ingevoerd en een vaste plaats in het volledige curriculum krijgt, zullen leerlingen, leraren, schoolbesturen en ouders de kunstvakken niet langer als speeluurtjes catalogiseren, maar ze daadwerkelijk ernstig nemen. 

Zover volg ik de ambitie van Cultuur in de Spiegel, dat een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs wil inrichten.

Hoe moet het artistieke leergebied worden ingevuld? In de eerste plaats zou er een beschouwend én historisch kunstvak moeten komen. Een groot deel van de ‘esthetische opvoeding’ in het secundair onderwijs is momenteel gebaseerd op de koppeling van denken en doen, kunst maken en reflecteren over kunst. Actieve kunstbeoefening kan zeker een onderdeel zijn van de algemene vorming in het ASO, maar zou in het teken moeten staan van het kunstbeschouwelijke en kunsthistorische, het verwerven van inzicht in de kunsten. Voor leerlingen die in de eerste plaats zelf kunst willen maken, is er immers het KSO en bestaan er ook allerlei buitenschoolse mogelijkheden. Vooral het DKO of deeltijds kunstonderwijs heeft een grote knowhow ontwikkeld op het vlak van de kunstbeoefening. Daarnaast zijn er vele kunsteducatieve of kunstgerichte organisaties en privé-initiatieven die lessen, workshops en stages actieve kunsteducatie aanbieden. Voor kunstbeschouwing en kunstgeschiedenis is dat aanbod er niet: op dat vlak blijven jongeren op hun honger zitten.

Het vak moet een goed evenwicht bewaren tussen een intensieve confrontatie met kunst (liefst in authentieke situaties als musea, theaters, de publieke ruimte…) en de reflectie over kunst in klassikaal verband. Rechtstreeks contact met het kunstwerk is van het allergrootste belang, maar een al te eenzijdige nadruk op die directe confrontatie dreigt het onderwijs over kunst tot een ‘uitje’ te degraderen. Voorts moet een dergelijk vak aandacht besteden aan de basisgrammatica’s, de historische dimensie én de maatschappelijke context van de kunsten. Inzicht in al die aspecten is immers noodzakelijk wil men kunstwerken kunnen interpreteren en er – tot op zekere hoogte, per slot van rekening gaat het om jonge mensen – een beargumenteerd kritisch oordeel over kunnen uitspreken. Met die bagage op zak zijn jongeren in staat om de kunstwereld op een zelfstandige manier te verkennen.

Om een degelijk kunstvak uit te bouwen, is er uiteraard nood aan goed gevormde vakleraren. Als kunstgangmakers kunnen zij de kunsten de plaats in het curriculum geven die hun in een echt algemeen vormend secundair onderwijs toekomt. Daartoe moet het ASO voor leerkrachten met specifieke kunsttheoretische en kunsthistorische competenties kiezen – net zoals dat voor taal- of wetenschappelijke vakken gebeurt.

Een adequate artistieke vorming is niet alleen voor de algemene vorming van belang, maar ook voor het veld van de kunsten. Door esthetische opvoeding ernstig te nemen, werken we aan een publiek dat op een kritische en mondige manier aan de kunsten kan participeren. Die weg is veel fundamenteler dan de sensibiliseringsacties die op gezette tijden door de overheid op touw worden gezet om jongeren aan het lezen te krijgen of naar de musea, concert- en theaterzalen te lokken. Het is in de eerste plaats aan het Algemeen Secundair Onderwijs om die vormende taak op zich te nemen.

Lees het volledige artikel

Een leraar esthetica aan het woord

De laatste jaren is er een tendens om de vakken MO, PO en Esthetica in de tweede en derde graad op te schorten en door andere, meer op de arbeidsmarkt gerichte  te vervangen.  De afkalving van de kunstvakken doet zich overigens niet alleen voor in het GO!  maar ook in het Katholiek Onderwijs. De laatste jaren beslissen talrijke scholen om het vak esthetica af te bouwen. Dringend tijd om aan de alarmbel te trekken. Dirk Pültau en Koen Van Baelen trokken naar het Atheneum Voskenslaan in Gent en gingen in gesprek met Els Desmedt, leraar esthetica. De integrale versie van dit interview werd gepubliceerd in De Witte Raaf. 

D.P./K.V.B.: Jouw school (GO!) koos er wel voor om het vak Esthetica aan te bieden…

E.D.: Ja, maar dat moet je relativeren. Het vak Esthetica wordt op het Atheneum Voskenslaan enkel aangeboden in de richtingen Latijn-moderne talen en Humane Wetenschappen-talen. Alle andere richtingen – waaronder Grieks-Latijn, Grieks-wetenschappen, Latijn-wetenschappen, Latijn-wiskunde, Economie-moderne talen, Economie-wetenschappen… – blijven volledig van Esthetica verstoken. 

 Je kan met andere woorden net zo goed stellen dat het Atheneum een negatieve keuze maakt: het kiest ervoor om het vak in deze richtingen niet aan te bieden. Vier uur Esthetica op een grote school met een populatie van 1300 leerlingen, dat is uiteindelijk bitter weinig.

D.P./K.V.B.: Esthetica is een multidisciplinair vak. De bedoeling is dat zowel beeldende kunst, architectuur en design, als dans, film en mode worden behandeld. Om dat allemaal aan bod te laten komen op één uurtje per week…

E.D.: Dat is onmogelijk, inderdaad. Volgens de leerplannen moet je de leerlingen van elke kunsttak laten ‘proeven’: een beetje fotografie, een beetje film, architectuur, design, schilderkunst… Het is dus niet de bedoeling dat je heel erg diep op de zaken ingaat, al probeer ik dat wel te doen.

D.P./K.V.B.: Hoe pak je dat aan?

E.D.: Door scherpe keuzes te maken en bijvoorbeeld een volledige les aan één welgekozen kunstwerk te besteden. Daarbij probeer ik de leerlingen vooral zin te geven in kunst.

D.P./K.V.B.: Kan je een voorbeeld geven?

E.D.: Een van mijn lessen gaat over het utopische in de muziek van Beethoven. Op welke manier vertolkt Beethoven de utopie van de Franse Revolutie, zo luidt de kernvraag van die les. Natuurlijk laat ik Beethovens negende symfonie dan horen en leg ik uit wat er in dat stuk gebeurt, hoe het in elkaar zit. Daarnaast laat ik echter ook fragmenten uit films over Beethoven zien, zoals Copying Beethoven of Immortal Beloved, waarbij ik zoveel mogelijk voor stukken kies die bij de inhoudelijke inzet van mijn les aansluiten. In de film Immortal Beloved, bijvoorbeeld, vlucht de jonge Beethoven weg van zijn tirannieke vader om op te gaan in een mooiere wereld, door het kijken naar de sterren. Op dat moment weerklinkt het bekende Ode an die Freude. Op die manier zorg ik ervoor dat de leerlingen geboeid raken en dat er iets blijft hangen van wat ik over dienen Beethoven vertel, zoals mijn leerlingen hem plegen te noemen.

D.P./K.V.B.: Houdt die aanpak niet het gevaar in dat het onderwerp in het luchtledige blijven hangen? Om een kunstwerk te begrijpen, moet je het in zijn historische context plaatsen…

E.D.: Ja, en daar is amper ruimte voor. Het vak is te breed en te alomvattend om historische lijnen te trekken. Bovendien wordt een historiserende benadering vandaag expliciet afgeraden. Tegenwoordig – en dat was al zo toen ik begon — zweert men bij een modulaire aanpak, waarbij je los van elke historische context op diverse onderwerpen of ‘items’ ingaat en — via allerlei thematische bruggetjes – van het ene naar het andere kunstwerk overspringt. Je kan die verschuiving heel goed aflezen aan de handboeken die voor het vak werden of worden gebruikt. Het oude handboek Van Altamira tot heden, een klassieker die tientallen herdrukken kende, is nog helemaal historisch-chronologisch opgebouwd. Die chronologische leidraad ontbreekt in de nieuwere leerboeken volledig. Uiteenlopende kunstwerken uit de meest diverse kunsthistorische periodes worden er aan elkaar gekoppeld, waarbij niet de historische periodes, maar allerlei thema’s – bijvoorbeeld ‘kunst als politiek pamflet’, ‘schoonheid in de kunst’, ‘het lichaam in de kunst’… – als bindmiddel fungeren. Het is totaal niet meer de bedoeling dat je kunsthistorische overzichten geeft. Het kunsthistorische is zelfs bijna taboe.

 Eerlijk gezegd kan ik er ontzettend veel plezier aan beleven om die jongelui zo lang naar één beeld te zien turen. Het is voor jongeren in deze flitsende wereld heel moeilijk om tijd en aandacht voor iets op te brengen, maar het is van kapitaal belang dat ze dat leren.

D.P./K.V.B.: Hoe ga je daarmee om?

E.D.: Door voet bij stuk te houden en historische context toe te voegen waar ik het nodig vind, hoe moeilijk en ‘ongewenst’ dat ook is. Als je Beethoven wil uitleggen, dan heb je Haydn en Mozart nodig – zij hebben de vormen ontwikkeld waarmee Beethoven werkt – en dus vertel ik iets over Haydn en Mozart, en over hoe Beethoven zich tot hen verhoudt. Ik smokkel kleine historisch deeloverzichtjes in mijn lessen binnen. Regelmatig vraag ik aan de leraren Geschiedenis van de school om mij de tijdslijn door te spelen waarmee zij hun lessen ondersteunen. Die kan ik dan gebruiken om de kunstwerken die ik bespreek in de tijd te situeren. Maar het blijft behelpen. De ironie is bovendien dat de leerplannen Esthetica van het ASO in het verleden onderwerpen suggereerden die je met een modulaire aanpak onmogelijk kan belichten en die nadrukkelijk vragen om een historisch perspectief. Het leerplan uit het eerste jaar dat ik in het ASO lesgaf – vandaag zijn er geen leerplannen meer in het Gemeenschapsonderwijs! – stelde bijvoorbeeld voor om het onderwerp ‘postmodernisme’ aan bod te laten komen. Het is zonneklaar dat je de geschiedenis van het modernisme moet kennen om uit te leggen wat postmodernisme is, maar dat wordt onmogelijk gemaakt door de aanpak die in dezelfde leerplannen en via de handboeken wordt gepromoot. Weet je wat ik zo leuk vind aan lesgeven in het Deeltijds Kunstonderwijs? In mijn cursus Muziekgeschiedenis van het DKO is er wél ruimte voor historische diepgang. Daar krijg ik wél de ruimte om Haydn, Mozart én Beethoven uit te leggen, en die componisten in een brede historische ontwikkeling te plaatsen. Heerlijk! Maar ik geef ook graag les in het ASO en ik aarzel niet om tegen de stroom op te roeien. Ik zou het doodzonde vinden dat leerlingen het Secundair verlaten zonder enig kunsthistorisch besef. 

D.P./K.V.B.: Een ander probleem hangt met het multidisciplinaire karakter van het vak samen. Jij bent opgeleid als musicologe en je hebt daarnaast aan projecten rond moderne beeldende kunst meegewerkt. Je bent dus goed geplaatst, maar geen enkele leraar heeft alle disciplines in de vingers, ook jij niet.

E.D.: Dat klopt. Over film weet ik bijvoorbeeld relatief weinig.

D.P./K.V.B.: Hoe los je dat op?

E.D.: Ik kies voor films die ik goed ken en waar ik een persoonlijke band mee heb. En ja, ik durf al eens vaker op een handboek terug te vallen. Is dat erg? Ik denk het niet. Per slot van rekening leid ik geen professionele kunsthistorici op. De ambities van het vak zijn relatief bescheiden.

D.P./K.V.B.: De school is niet verplicht om voor een complementair vak als Esthetica een examen in te richten, maar ze kan er wel voor kiezen om dat te doen. Hoe gaat het er bij jullie aan toe?

E.D.: Ik mag van de directie beslissen wat ik doe. En ik kies ervoor om een examen af te nemen, ook al besef ik dat het eindresultaat tijdens de deliberatie niet meetelt, aangezien het slechts om een complementair vak gaat dat niet verplicht moet worden ingericht door de school.

Lees het volledige artikel.

8b587faa-96f6-44db-8191-2cb80dc784adBrigitte Dekeyzer studeerde Wijsbegeerte en Kunstwetenschappen aan de KU Leuven. Ze startte haar carrière als gids voor Antwerpen 93 en werkte verschillende jaren als freelance gids voor allerlei tentoonstellingen. In 1994 trad ze als studie(traject)begeleider in dienst van de KU Leuven. In 2002 promoveerde ze met een proefschrift over het Breviarium Mayer van de Bergh, een handschrift uit het begin van de zestiende eeuw. Nadien werkte ze als postdoctoraal medewerker vooral voor Illuminare – Studiecentrum voor de middeleeuwse kunst. Vanaf 2006 werd ze docent met een dubbele taak: lerarenopleider Kunst enerzijds en studiebegeleider aan het monitoraat van de Faculteit Letteren, dat ze van 2008 tot 2011 leidde. Sinds haar aanstelling in 2006 is ze de verantwoordelijke vakdidacticus voor de sectie Kunst binnen de Specifieke Lerarenopleiding Geschiedenis, Kunst en Muziek (SLO GKM).

ADVERTENTIE

ARCHITECTUURWANDELING

IMGP1471Els Desmedt  studeerde musicologie en filosofie aan de Universiteit Gent, en geeft sinds 1990 les in diverse Academies Muziek, Woord en Dans van het Deeltijds Kunstonderwijs. Eerst gaf ze Muzikale Cultuur, daarna en tot op vandaag Muziekgeschiedenis. Sinds 2002 werkt ze ook in het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) en geeft ze Esthetica aan de richtingen Latijn-Talen en Humane Talen (derde graad) van het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent.

AANKONDIGING

EINDTERMENDEBAT

20 LERAREN WERKEN MEE

OOK JOUW STEM IS BELANGRIJK

Reacties en suggesties zijn steeds welkom.

Uw naam (verplicht)

Uw e-mail (verplicht)

Reactie

ADVERTENTIE

MUZES EN HET EINDTERMENDEBAT

In de loop van volgende maanden worden de eindtermen door een aantal onderwijsexperten onder de loep genomen. Muzes heeft enkele weken geleden het initiatief genomen om de problemen van de artistieke vakken aan te kaarten bij een aantal politieke partijen. Tot begin december hebben we de mogelijkheid om deze problemen, hiaten aan te geven.

Koen Daniëls
(NVA)

Kathleen Helsen
(CD&V)

Ann Brusseel
(Open VLD)

Wat is de vraag van Muzes?

Muzes wenst vakgebonden eindtermen/ontwikkelingsdoelen voor artistieke vakken in het secundair onderwijs zodat beeldende kunst, muziek, bewegingsexpressie en drama voor alle kinderen, jongeren toegankelijk zijn doorheen alle jaren en in alle onderwijsrichtingen van het secundair onderwijs.

We merken dat er -ondanks alle interessante initiatieven die de laatste weken worden gelanceerd, vraag van jongeren in het onderwijsdebat- fundamentele nood is aan erkenning van kunsteducatie en artistieke vakken in het secundair onderwijs. Zolang deze erkenning niet aanwezig is, hebben de artistieke vakken, de kunsteducatieve initiatieven een heel vrijblijvend karakter en wordt geen enkele garantie geboden tot het structureel aanbieden van kunsteducatie in het algemeen onderwijs.
Onderwijsexperten van CD&V en Open VLD willen de standpunten van Muzes begin december onderzoeken en verdedigen. Op donderdag 17 november heeft Muzes een afspraak met onderwijskundigen van NVA.

PROBLEEMSTELLING

  1. Wanneer we de actuele eindtermen/ontwikkelingsdoelen bekijken valt onmiddellijk een verschil in benadering op tussen basisonderwijs en secundair onderwijs.In basisonderwijs heeft men vakgebonden eindtermen/ontwikkelingsdoelen voor 5 muzische domeinen. In het secundair onderwijs beperkt men zich tot 2 domeinen: muzikale- en plastische opvoeding (1ste graad).
  2. Na eerste graad secundair onderwijs zijn er geen vakgebonden eindtermen voor artistieke opvoeding.
  3. Van verticale samenhang in de eindtermen en ontwikkelingsdoelen is in de verschillende domeinen geen of weinig sprake.
  4. Weinig coherentie in de formulering van eindtermen over alle onderwijsniveaus heen.

VRAAG

Muzes vraagt medewerking bij studenten, leraren en docenten, begeleiders:

1. om bestaande eindtermen/ontwikkelingsdoelen met een kritische blik te onderzoeken
2. om feedback te bieden op nieuw geformuleerde eindtermen

Na invullen van onderstaand formulier krijg je verdere informatie!

 

Uw naam (verplicht)
 

 

Uw e-mail (verplicht)
 

 

Wenst mee te werken! (Gelieve ons een antwoord te geven voor 20 november)
 

Muzes heeft de ontwikkelingsdoelen/eindtermen per muzisch domein schematisch voorgesteld (fig. 1), naast elkaar geplaatst (fig.2). Het volledige document kan je hier raadplegen

Fig. 1: Schematische voorstelling eindtermen/ontwikkelingsdoelen muzische vorming – artistieke opvoeding Algemeen Onderwijs

Fig. 2: Eindtermen/ontwikkelingsdoelen muzische vorming – artistieke opvoeding Baisonderwijs &  Secundair Onderwijs. Het volledige document kan je hier raadplegen

NIEUWS VAN MUZES

    • Eindtermen muzische vorming – Artistieke opvoeding

      Eindtermen muzische vorming – Artistieke opvoeding

      In dit document krijg je een overzicht van eindtermen/ontwikkelingsdoelen van het leergebied muzische vorming (basisonderwijs) en artistieke opvoeding (1ste graad secundair onderwijs). Eindtermen vergelijkingLees meer
    • Nieuwsflash Muzes 30 oktober

      Nieuwsflash Muzes 30 oktober

      l Kinderen in museum: tijdverlies l Muzes gooit de deuren open l Boek van de maand l Maak de klassieke concerten korter l Verliefd op een creatief persoon l Vrouwelijke artiesten met impact lLees meer
  • BEELD VAN DE WEEK

    Kunstgalerij Muzes

    Kunstgalerij Muzes

    ACTUA

    AFFICHE VAN DE WEEK

    MUZES VAN START IN HET EINDTERMENDEBAT

    Klassieke schilderijen gecombineerd met populaire logo’s

    Lees meer

    101 manieren voor een leraar om aan te gaan met stress

    Lees meer

    De jeugd van tegenwoordig heeft geen toekomst

    Lees meer

    Geneesmiddelen: een vorm van kunst?
    Lees meer

    Muziekonderwijs in Groot-Brittannië: een liefde-haatverhouding

    Lees meer

    Wat is de toekomst van kunst?
    Lees meer

    Naakmodellen: wie zijn ze en wat is hun motivatie?

    Lees meer

    ADVERTENTIE

    Moderniteit à la belge

    Lees meer

    Op zoek naar Utopia

    Lees meer

    VACATURES

    Hart voor kunsteducatie: Voorzitter Jong VLD Limburg aan het woord.

    VORMINGEN EN STUDIEDAGEN

    ADVERTENTIE