Reactie van Kris Nauwelaerts – MAD Faculty

Reactie van Kris Nauwelaerts – MAD Faculty

Beste,

Ik heb met bijzondere voldoening de missie en de activiteiten van jullie vzw, die ik nog niet kende, gelezen.
Ik ben docent illustratieve vormgeving aan PXL-Mad te Hasselt en al jarenlang illustrator van kinder- en jeugdboeken.
Vorig jaar heb ik mijn doctoraat in de Beeldende Kunsten, met als titel ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Onderzoek naar de relatie tussen prentenboeken en de ontwikkeling van beeldende geletterdheid bij kinderen’ behaald aan de UHasselt. In dit doctoraatsonderzoek ga ik dieper in op de nadelen van het didactisch-utilitaristische gebruik van prentenboeken. Prenten (en beelden in het algemeen) worden haast automatisch gebruikt ter ondersteuning van een, tekstueel dominante, kennisverwerving zodat ze nauwelijks op hun artistieke en esthetische merites worden beoordeeld. Dit ondanks het feit dat de prenten in een artistiek prentenboek vaak het leeuwenaandeel voor zich nemen.
Bovendien stuiten de eigenzinnige prenten van heel wat  illustratoren op verzet omdat ze niet aan de pedagogisch-didactische eisen voldoen: eenvoud, eenduidigheid, functionaliteit, herkenbaarheid en positief-bevestigend. Om hier tegenin te gaan, heb ik een kijk- en leeswijzer voor artistieke prentenboeken ontwikkeld die de esthetische kwaliteiten van de prenten bevraagt.
Ik moet jullie (gelukkig) niet overtuigen van het nut van deze werkwijze en de mogelijke impact hiervan op de ontwikkeling van de beeldende geletterdheid bij jonge kinderen.
Zoals jullie zelf aangeven beperkt de muzische werking in het basisonderwijs zich vaak tot de kleuterklassen om daarna over te gaan in vrij stereotiepe en erg beperkte activiteiten in het lager onderwijs. De situatie in de secundaire scholen is ronduit dramatisch: leerlingen worden ofwel louter op cognitief vlak aangesproken (kunsthistorische kennis, weetjes) of op een kinderachtige wijze creatief beziggehouden (wij gaan nu ook een Mondriaan schilderen). Muzische activiteiten zijn niet opgenomen in een leerlijn zoals die voor taal of wetenschappen, ze worden niet geëvalueerd, gecorrigeerd of gehonoreerd en dus vaak als ballast of extra (vrij uurtje) beschouwd. Taalspel, beeldspel, ritme, beweging en hun respectievelijke impact op de socio-emotionele en verstandelijke ontwikkeling blijven buiten beschouwing. Dit staat in schril contrast met de steeds duidelijker wordende eis om als mens creatief om te springen met de voor- en nadelen van de huidige maatschappij.
Twee jaar geleden werd er door de overheid een call verspreid om een studie uit te voeren die moest nagaan of de vernieuwde eindtermen voor geletterdheid (waarin aan beeld een groter aandeel wordt toegekend) wel goed geïmplementeerd konden worden in de nieuwe leerplannen. De opdracht werd niet toegekend aan een artistieke opleiding (die daar nochtans dagelijks mee bezig is) maar aan de pedagogische faculteit van een universitaire instelling. Mijn vrees is dat de vernieuwde richtlijnen voor geletterdheid opnieuw grotendeels gebaseerd zullen zijn op de didactisch-pedagogische theorieën van onder meer Piaget en Parsons, ondanks het feit dat recent onderzoek aantoont dat hun theorieën niet zomaar kunnen toegepast worden om de artistiek-esthetische ontwikkeling vorm te geven.
De artistieke (muzische) ontwikkeling volgt namelijk een individueel spoor waarin hoogstens stadia herkenbaar zijn. Die stadia zijn echter niet voorwaardelijk of chronologisch. Vaak komen er meerdere stadia tegellijk voor of komen bepaalde stadia niet voor.
Graag wil ik mij daarom aansluiten bij jullie initiatief en ben ik ook bereid om concrete activiteiten te ondersteunen (lezingen, debatten, etc.).
Met vriendelijke groeten,
dr. Kris Nauwelaerts
Docent Illustratieve Vormgeving
MAD-Faculty
Elfde Liniestraat 25
C-Building
3500 Hasselt
Belgium
0032-11238830

Geef een reactie