Pleidooi voor kunstinclusief curriculum

Al in 1957 had architect Charles Eames het moeilijk om te begrijpen waarom de kunsten zo slecht ingang vonden binnen het bestaande onderwijs. Zestig jaar later is er nog niet veel veranderd. Hoog tijd voor een kunst-inclusief curriculum in het onderwijs.De ministeries voor Cultuur en Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap doen veel, in vergelijking met andere landen, om kunstprojecten in scholen of buiten de schoolcontext te promoten en steun te verlenen aan organisaties die zich inzetten voor kunst- en cultuureducatie.

Toch voldoet dat niet om de groeiende ongelijkheid binnen het schoolsysteem uit te bannen. Onderzoek toont aan dat kansarme kinderen en scholieren uit gezinnen met lage inkomens, die deelnemen aan kunstactiviteiten, drie keer meer kans hebben om de school af te maken.

De visie en de moed om een breed algemeen debat over opvoeding aan te gaan zal een kerntaak worden voor de komende tijd.

Als ze al het ongeluk hebben om geboren te worden in een gezin waar geen culturele skills in de bagage zitten, dan moeten ze alle kansen krijgen om, hopelijk met veel inspiratie, in contact te komen met kunst tijdens hun schooltijd. Waarom? Omdat de kunsten niet alleen hun slaagkansen op school doen toenemen, maar ook:

  • omdat de kunsten woorden vinden voor het onzegbare
  • omdat de kunsten het hele spectrum van menselijke emoties helpen ontdekken
  • omdat de kunsten tonen dat vragen meer dan één enkel antwoord kennen en problemen meer dan één enkele oplossing
  • omdat de kunsten aanmoedigen tot kritisch denken en leren omgaan met tegenstrijdigheden
  • omdat de kunsten een waaier bieden van manieren om naar de wereld te kijken en hem te verstaan
  • omdat de kunsten stimuleren tot nieuwsgierigheid, de kracht van de verbeelding en de verwondering en ze sommige mensen helpen om een thuis te vinden in de kunst.

Al deze voorbeelden hebben één zaak gemeen: ze zijn niet meetbaar en blijken daarom minderwaardig in het courante onderwijsdiscours. Zelfs als ik met mijn bril van pragmatisch idealist naar de eenzijdig economische oriëntatie van het onderwijsveld kijk, merk ik nog geen attitudeshift bij de beleidsmakers, terwijl die er zeker wel al is in meerdere delen van de brede samenleving.

Alle – soms prachtige – educatieve programma’s van de laatste jaren hebben amper 30% van de schoolgaande jeugd bereikt.

De visie en de moed om een breed algemeen debat over opvoeding aan te gaan zal een kerntaak worden voor de komende tijd. Het blijft doodjammer dat de Vlaamse regering twee jaar geleden de kans verkeken heeft om de kunsten in het STEM-pakket op te nemen. Dat was een gemist schot voor open doel, om kunst te verbinden met wetenschap, technologie, ingenieurskunde en wiskunde (STEAM), zonder extra uren of extra geld.

Ook de wensen van 17.000 Vlaamse scholieren uit het Secundair Onderwijs om het vak koken en meer kunst op school te krijgen, zijn spijtig genoeg nog altijd niet opgepikt door de ‘professionele’ vernieuwers.

Cultuursector moet mee aan de bak

Daarom moeten nu culturele organisaties als musea, bibliotheken, theaters en kunstencentra hun verantwoordelijkheid opnemen en, stap voor stap, verandering ingang doen vinden. In overleg met de wereld van onderwijs en opvoeding moeten ze vooral alternatieven uitwerken voor een al te gefragmenteerd schoolsysteem. Experimenten en onderzoek moeten kunst slimmer aan de huidige curricula linken.

Dat impliceert ook een engagement in het publieke debat over ‘leerplannen’ en ‘eindtermen’ en de reflectie over een eigentijdse pedagogische filosofie. Alle – soms prachtige – educatieve programma’s die de laatste jaren ontwikkeld werden, hebben amper 30% van de schoolgaande jeugd bereikt. De rest moet weer hopen op het gelukkige toeval om op een inspirerende school of een gepassioneerde leraar of lerares te botsen.

De verwevenheid tussen kunst en het standaardcurriculum blijft een uitdaging voor de hele culturele sector.

Al in 1957 had architect Charles Eames het moeilijk om te begrijpen waarom de kunsten zo slecht ingang vonden binnen het bestaande onderwijs: ‘Het zou nooit in me opkomen om kunst “apart” te behandelen van enig ander onderwerp in het curriculum. Kunsteducatie vermeerdert in waarde in de mate dat ze in relatie staat tot het geheel van het academisch panorama. Ik beschouw kunsteducatie als een soort draad die zichzelf doorheen elk facet van het pedagogisch project weeft.’

Zestig jaar later is er nog niet veel veranderd. Elke politicus zal de waarde van kunsteducatie prijzen omwille van zijn ‘creativiteit’, een waardenset die ons in de economische wedloop kan onderscheiden van andere landen. Maar zo wordt creativiteit geïnstrumentaliseerd. Gek genoeg wordt die invulling vaak ook nog gesteund door een cultureel veld dat niet kan weerstaan aan die mentaliteit. Niet zelden biedt dat veld zijn publiek, overigens met de beste bedoelingen, voorgekookte belevenissen, eindeloze schattenjachten en ‘edutainment’, veilig verpakt in de magische lijst van de ‘eindtermen’.

Buiten de lijntjes

Niet alleen de lerarenopleiding vraagt om ondersteuning. De verwevenheid tussen kunst en het standaardcurriculum blijft ook een uitdaging voor de hele culturele sector. Artistieke ideeën en strategieën zijn bruikbaar in alle onderwijsvakken, van wiskunde tot talen, van biologie tot geschiedenis. Elke cultuurwerker beseft dat we niet constant uit het niets magische momenten kunnen creëren. Wel kunnen we zorgen voor ‘situaties’ om processen op te starten en ‘omgevingen’ aan te bieden die de kans doen vergroten dat de magie inderdaad kan verschijnen.

Het kunst-inclusief curriculum is noodzakelijk om kansen te bieden aan iedereen en niet alleen aan enkelen.

Een tentoonstelling of productie per seizoen minder zou het budget genereren om de educatieve diensten de ademruimte te geven om te experimenteren en te werken in attractieve omstandigheden. Goed ontworpen museumateliers met flexibel meubilair kunnen dan ook voor schoolklassen gebruikt worden als permanente uitbreiding binnen het concept van de ‘brede school’.

Gelukkig kleuren sommige cultuurorganisaties al buiten de traditionele lijntjes en loodsen ze boeiende kunst in het bestaande schoolsysteem binnen. Als we het menen met de slogan ‘alle scholen zouden kunstscholen moeten zijn’ (van de Britse kunstenaars Bob and Roberta Smith), dan is het KUNST-INCLUSIEF CURRICULUM noodzakelijk. Als remedie tegen schrijnende ongelijkheid, om kansen te bieden aan iedereen en niet alleen aan enkelen.

Bron: www.rektoverso.be