ODE AAN JOSÉE LEHON

Kunst op school is een noodzaak.
Een hele fijne noodzaak.

Je staat als jonge gast even stil en kijkt of luistert naar iets wat je niet elke dag ziet of hoort.

 

Het verbreedt je blikveld, een nieuwe wereld komt binnen.In het middelbaar gaf mijn lerares Josée Lehon niet alleen kunstgeschiedenis, ze was ook de drijvende kracht achter de optredens op school.Dankzij haar proefde ik van hedendaagse dans, en ja, op voorhand was al beslist dat zoiets pokkesaai zou zijn, maar de slangenlijven van de dansers beklijfden en ik wou meer.

Zo zag ik als tiener ook Julien Schoenaerts (ja, de vader van) poëzie brengen op de schoolplanken. Nadien mocht ik hem interviewen voor de schoolkrant: een ervaring.De lessen van Josée zaten tjokvol kunst. Je voelde dat ze eigenlijk te weinig tijd had om al dat moois te kunnen zien, maar intussen werden we toch maar meegevoerd naar Griekenland, Italië en andere fijne oorden.In die tijd brak de Italiaanse opera-zanger Andrea Bocelli door met zijn “Con te partiro”. We verstonden daar weinig tot niets van, maar Josée vertaalde en we zongen het lied samen in die sierlijke taal.Ervaren, proeven, snoepen van kunst: bij de ene slaat het aan, de ander doet het misschien minder, maar kunst werkt door, sluipt soms geruisloos binnen en stimuleert (jawel: uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken) niet alleen de creatieve, maar ook de cognitieve vaardigheden.

 

Ik breek een lans voor kunst.
Ik juich en dans voor kunst
en maak een buiging voor Josée, een grote dame
die me veel liet zien.

Lennaert Maes is een Belgische liedjesschrijver, zanger en cabaretier. Hij is de frontman van de band Lenny & De Wespen en staat ook op de planken onder zijn eigen naam.