Straks kneusjes voor de kunstklas?

Dat de opleiding voor leraren in het kunstonderwijs moet worden aangepakt, willen enkele kunstenaars die ook lesgeven in het hoger kunstonderwijs, gerust aannemen. Zij willen er zelfs aan meewerken, want wat nu voorligt, dreigt een averechts effect te sorteren.

Beste minister Crevits,

Vlaanderen scoort, zoals u weet, internationaal zeer hoog op het vlak van de kunsten. In muziek, beeldende kunsten, vormgeving, mode en design, (animatie)film, theater en dans bokst Vlaanderen in de wereld ver boven zijn gewicht.

Je zal bijvoorbeeld kunnen lesgeven in animatie­film, zonder ooit zelf één volwaardige film te hebben gemaakt

Deze artistieke ambassadeurs van onze gemeenschap hebben we in grote mate te danken aan het kunst­onderwijs, dat in Vlaanderen bijzonder kwaliteitsvol is. Dat geldt zowel voor het deeltijds kunstonderwijs, lager en middelbaar leerplichtonderwijs, als voor private initiatieven parallel daarmee. De kroon op het werk zijn de hogeschoolopleidingen in de kunsten, binnen conservatoria en academies.

De kwaliteit van de kunstopleidingen hangt af van haar lesgevers. Vlaanderen heeft, bijvoorbeeld, uitstekend muziekonderwijs, dat toonaangevend is. De alumni daarvan zijn internationaal actief in orkesten, als solisten en als lesgevers. Dit gaat ook op voor de andere kunstdisciplines.

Momenteel legt u, als minister van Onderwijs, een plan op tafel om de opleiding van leraren te verbeteren, een intentie die alleen onze enthousiaste waardering kan wekken. Maar als wij horen wat die hervorming impliceert voor de opleiding van leraren in de kunsten, kunnen wij door onze ervaring als musicus, beeldend kunstenaar, vormgever, ontwerper, film- en theatermaker, maar ook als docenten aan een van onze uitmuntende Schools of Arts, niet anders dan aan de alarmbel trekken. De voorgestelde hervorming zal niet alleen haar doel voorbijschieten, ze zal – veel erger nog – de kwaliteit van het Vlaamse kunstonderwijs onherstelbaar aantasten.

Zo leraar, zo leerling

Wat behelst het voorstel? Studenten muziek, beeldende kunsten, audiovisuele kunsten en drama zouden al in de derde bachelor een keuze maken voor ofwel kunstenaarschap, ofwel leraarschap. In die derde bachelor zouden zij artistieke en algemene vakken kunnen weglaten en inruilen voor opleidingsonderdelen uit een pedagogisch traject. Op basis van hun bachelordiploma in muziek, audiovisuele en beeldende kunsten of drama, zouden zij kunnen starten aan een educatieve master.

Vandaag moet je eerst meester zijn in een bepaalde artistieke discipline, vooraleer je een opleiding tot lesgever in die discipline kan starten. Is dat niet een logische volgorde? Hoe kan je iets op niveau doorgeven, als je het zelf nooit ten volle hebt geleerd? Toekomstige leraars viool zullen het niveau van bachelor in de viool moeten hebben, niet van master. Je zal kunnen lesgeven in animatiefilm of in drama, zonder ooit zelf één volwaardige film of drama­project te hebben gemaakt – want dat is wat de studenten pas in hun masterproject doen. Je zal lesgever zijn in beeldhouwkunst, maar nooit een masterproef hebben gemaakt in beeldhouwkunst enzovoort.

Wij twijfelen niet aan de goede intentie om de lerarenopleiding te verbeteren door ze op masterniveau te brengen. Ook de universiteiten zouden willen overschakelen naar dit model. Maar iemand opleiden in de kunsten verschilt fundamenteel van iemand opleiden in, pakweg, de wetenschappen. Precies daarom zijn de kunstopleidingen bij de integratie van alle academische opleidingen buiten de universiteiten gebleven. Ook voor de opleiding tot leraar in de kunsten, educatief master in de kunsten zoals men dat zal noemen, mogen we voor de kunsten het universitaire model niet klakkeloos over­nemen. Want de kwaliteit van de leraren in de kunsten zal er onherroepelijk door dalen.

 Studenten die de niet gemakkelijke keuze maken om hoger kunst­onderwijs te volgen, zetten die stap bijna altijd omdat zij wensen ‘meester’ te worden in een van de vele andere artistieke disciplines. Je kan nu al voorspellen dat vooral de studenten die tijdens de bachelorjaren ontdekken dat het artistiek meesterschap voor hen minder makkelijk te bereiken valt dan ze hoopten, zullen kiezen voor het leraarschap. Op die manier zullen de artistiek zwakkere afgestudeerden de leraren kunsten van de toekomst worden.

Goed hervormen

Wij trekken dus aan de alarmbel, en vragen met aandrang aan u, als minister van Onderwijs, en aan de Vlaamse regering, om dit voorstel te herbekijken. Alle kunstdepartementen (Schools of Arts) in de hogescholen hebben zich, op één enkele na, tegen dit voorstel gekant. Wij durven u te vragen om de daar aanwezige ervaring en kennis te respecteren en erover te waken dat het fantastische Vlaamse kunstonderwijs, dat ons mede wereldvermaard heeft gemaakt in beeldende kunsten, design, film, theater en muziek, niet onderuit wordt gehaald door een wellicht goedbedoelde, maar onvermijdelijk zeer fout uitpakkende hervorming.

Wie educatief master wil worden om een kunstdiscipline te onderwijzen, moet eerst ten minste zelf master zijn in die discipline. Dat spreekt eigenlijk vanzelf. Dat is ook decennialang de motor geweest achter het sterke Vlaamse kunstonderwijs. Het is wellicht voor verbetering vatbaar en daar werken wij graag aan mee. Wij willen, samen met u, het kunstonderwijs en de opleidingen tot leraren in de kunsten nog beter maken.

Bron: De Standaard

‘De artistiek zwakkere afgestudeerden zullen de leraren kunsten van de toekomst worden.‘ Foto: Fred Debrock

Wie? Docenten in het hoger kunstonderwijs.

Wat? Hoe kan iemand die een ­discipline in de ­kunsten zelf niet tot een goed einde heeft moeten brengen, daar jongeren in opleiden?

Reacties en suggesties zijn steeds welkom.

Uw naam (verplicht)

Uw e-mail (verplicht)

Reactie