Muzische vorming en witloof

Wij in de lerarenopleiding… wat willen wij graag? “Welk soort” onderwijzers willen wij “afleveren”? Als docent muzische vorming stel ik me geregeld die vraag, ook aan het team trouwens. Willen we kritisch-constructieve leerkrachten? Willen we creatieve mensen? Willen we leraars die onze kinderen met openheid en nieuwsgierigheid, met respect, met bezieling onthalen? Willen we dat leerkrachten verrassend uit de hoek kunnen komen? Of willen we enkel uitvoerders van handleidingen? Mm, dat laatste lijkt me niet zo’n fijn idee, hoewel het makkelijker is, meer meetbaar en vooral nuttig.

Helaas is de lerarenopleiding voor hele grote stukken opgebouwd uit lessen en opdrachten die studenten leren hoe ze een voorgeschreven les moeten uitvoeren. Concreet en pakbaar is de boodschap. Er is weinig tijd om diepgang te laten groeien.
Witloof kweken op water gaat sneller dan in volle grond, en sommigen gaan het verschil niet merken. Zelfs tonen waterwitloofkwekers met wetenschappelijke analyses aan dat hun witloof dezelfde samenstelling heeft als grondwitloof. En toch smaakt het anders? We verliezen contactmomenten, het curriculum wordt hervormd, er komt blended learning, digital classroom, e-learning, en ik kan ook wel enkele termen uitvinden zoals ‘multi perceptive assessment’, ‘cooperative media paths’ of ‘individual based connective improvement’. Zou goed klinken want het is Engels en er komt altijd wel een woord in waarin we een halve waarheid herkennen (al weet geen kat wat het nu eigenlijk nog betekent). Maar onderwijsvernieuwing is vaak marktgericht. De opleiding wordt utilitair. Wat direct te gebruiken is, dat leren we aan. Dingen die tijd vragen om te rijpen, die minder goed meetbaar zijn, die de inhoud van wat we geven overstijgen, daar zijn geen centen voor. We leggen er ons langzaam maar zeker bij neer want we zijn moebespaard. Of niet?

 Om te leren zingen moeten we zingen. Om muziek te begrijpen moeten we ze spelen. Om te kunnen dansen of acteren moet je je lichaam kennen.
In mijn vakken (muziek, dans, drama) balanceer ik noodgedwongen tussen onderwijsvernieuwing met het gebruik van hippe digitale features en apps enerzijds en eeuwig klassieke maar oerdegelijke werkvormen anderzijds.Dat gaat niet via Youtube aan je bureau. Je hebt een mens nodig die bij je is, een professional. In onze campus hebben we het geluk dat we nog relatief veel contacturen hebben – al is het in 15 jaar ongeveer gehalveerd voor muzische en wordt daar met de laatste besparingsronde nog wat van afgeknibbeld. Maar toch. Ik wil les geven, omdat ik erin geloof, en ook zie (!), dat je met muzische vakken mogelijkheden in de studenten wakker maakt die ze hun leven lang kunnen benutten. Vreemd genoeg gaat het vaak over moeilijk te evalueren dingen. In hoeverre is iemand nieuwsgierig? Hoe goed voelt de student aan wat achter het dansant gedrag van een leerling schuilt? Hoe constructief denkt een student mee in een brainstorm over hoe je het kanaal zou kunnen overvaren als de zee uit bubblegumpasta zou bestaan? Niet nuttig? In welk competentieschema horen deze dingen thuis? Wordt het niet geëvalueerd? Dan is het blijkbaar niet “need to know” maar enkel “nice to know”. Skip het laatste en kom to the point, want we hebben geen tijd of personeel meer, zo gaat dat dan (en ‘to the point’ klinkt nog hip ook).  En nog wat, als we merken dat we eigenlijk een “tja, ons buikgevoel zegt dat hij nooit een goeie onderwijzer zal worden, maar we kunnen dat niet hardmaken…” moeten antwoorden, kunnen we die student dan z’n diploma weigeren? Is het genoeg als hij/zij zich beperkt tot het uitvoeren van een lesje? Over welke vaardigheid moet je beschikken om het M-decreet operationeel te maken? Zou je daarvoor bv. wel eens creatief moeten kunnen denken?

 De wetenschap dat zingen goed is voor je immuniteit, dat het je sociaal vaardiger maakt, dat je hersenen er sterker door ontwikkelen, dat vindt nog geen grond.
We hebben een koor in onze campus. Vrijwillig. Op zich een volkomen nutteloos iets, want koorles in de lagere school bestaat niet en het nieuws halen we er ook niet mee. Toch kiest ons team ervoor dit te ondersteunen en zelfs het hele lessenrooster hangt ervan af. 2 uren worden vrijgeroosterd over de 3 jaren van de opleiding heen zodat iedereen die wil kán komen zingen. 70 % van de studenten komt zingen. Ze hebben er deugd van, ze lachen, er ontstaan shining eyes. Een half jaar komen ze. En als de stage begint en de druk van de opdrachten te groot wordt haken ze af. Het idee dat je 2 uren zou zingen terwijl je in die tijd zou kunnen werken aan een opdracht schrikt af.  We eindigen na een jaar met 30%, dat is eerlijk gezegd. Die 30% gaan later grondwitloof kweken, om zo te zeggen. Ze voelen dat er meer te beleven valt, dat het hun persoonlijkheid ten goede komt, dat ze ongemerkt werken aan presentatievaardigheden, aan durf en zelfvertrouwen. Ze merken dat ze blijer aan de slag kunnen nadien. Maar het wordt niet gemeten en niet geëvalueerd. Toch wel: in de Kerstviering of op de diplomering. Dan smelten de harten van mijn collega’s en stralen de luisteraars. Bij de zangers gebeurt iets onvergetelijk. Alleen staat het niet in een examenvraag. Muzische vorming is bij uitstek het vakkenpakket waarin je veel meer teweeg brengt bij de mensen dan wat je inhoud te bieden heeft. Je waagt je aan het nutteloze met een levenslang nut. Wat niet meetbaar is in de samenstelling van grondwitloof t.o.v. waterwitloof, dat laat zich smaken op je bord. Laat het asjeblieft zo zijn met onze studenten. Geef ze grond, rijke, rijke grond.

Jozef Sercu
Docent muzische vorming
Lerarenopleiding BALO
VIVES Campus Torhout