Kunsteducatie in het algemeen onderwijs

Creativiteit en innovatie zijn in toenemende mate belangrijk voor onze economie. Kunst vervult een essentiële rol in de ontwikkeling van deze cruciale vaardigheden. Daarom verdient kunst, naast andere vakken en inhouden, een blijvende plaats in het onderwijs.

Tot die conclusie komt ‘Art for Art’s Sake? The Impact of Arts education’, het onderzoeksrapport dat de OESO vandaag uitbrengt. Dit verslag vind je hier terug.

In haar rapport roept de OESO de diverse OESO-landen op om kunsteducatie – of onderwijs in de kunsten – blijvend binnen het onderwijs te ondersteunen en te verankeren.

Zo komt kunsteducatie ook vaardigheden in positieve wetenschappen als wiskunde, wetenschappen, lezen en schrijven ten goede. Kunsteducatie heeft tevens een invloed op motivatie, zelfzekerheid en sociale competenties van leerlingen en doet hen beter samenwerken en communiceren.

Nog volgens het rapport concentreert de positieve invloed van kunsteducatie zich op ‘innovatieve vaardigheden’, wat zich uit in vrij denken, creativiteit en sociale – en gedragsvaardigheden. Creatieve en kritische denkers zijn volgens de OESO immers cruciaal als bouwsteen voor onze snel veranderende maatschappij en economie.
Er is volgens de OESO niet alleen een positieve impact van kunsteducatie op niet-artistieke skills of op innovatie in de arbeidsmarkt, maar ook op de persoonlijkheidsvorming en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren. Kunst biedt kinderen immers een heel andere manier om de wereld te begrijpen dan, bijvoorbeeld, de wetenschap.

Muzes, organisatie van leraren muzische vorming en artistieke vakken, zet zich sinds een 5-tal jaar in voor het belang van kunsteducatie in het onderwijs. Vanuit een duidelijke missie, namelijk: ‘Elk kind en elke jongere heeft recht op degelijke kunsteducatie’ wensen we alle jongeren en kinderen uit de Vlaamse scholen te bereiken. De tekst vind je hier.

Muzes heeft in het kader van de onderwijshervormingen een strategisch plan ontwikkeld om kwalitatieve kunsteducatie in onderwijs Vlaanderen aan te bieden. In dit plan wil Muzes vooral samenwerken met organisaties uit de culturele en kunstensector, met kunsteducatieve organisaties en met deeltijds kunstonderwijs. Bestaande samenwerkingen en goede praktijkvoorbeelden wensen we op alle mogelijke manier in kaart te brengen en te delen met alle mogelijke partners.
Op 2 maart 2016 stelt Muzes dit plan voor in het Vlaams Parlement. In aanloop van dit overlegmoment worden gesprekken gevoerd met actoren uit diverse sectoren. Onderwijskoepels, amateur- en professionele kunsten, deeltijds kunstonderwijs, muziek- en kunstindustrie worden maximaal betrokken in de voorbereiding van het overleg.

Dit strategisch plan is gebaseerd op drie pijlers:

Pijler 1: Een specifiek onderwijsaanbod gericht op een verdiepende vorming binnen de muzische talen
Goede muzische vorming kan niet zonder een deskundige en vak- of leergebiedspecifieke benadering tijdens speciaal daarvoor voorziene lessen en/of activiteiten.

Die specifieke lessen zijn nodig om echt te kunnen inzoomen op de eigenheid van elk van de verschillende muzische talen: beeld, muziek, dans en beweging, drama, woord en creatieve media. Voor het secundair onderwijs gaat het om afzonderlijke vakken zoals muzikale opvoeding (MO), plastische opvoeding (PO), artistieke opvoeding en expressie, esthetica.

Daarom, en dat willen we benadrukken, kunnen deze lessen niet zonder een deskundige (bege)leiding. Onder deskundig verstaan we niet alleen de deskundigheid op het vlak van artistieke vaardigheid en kennis, maar ook de deskundigheid zoals die blijkt uit de muzische grondhouding van de betreffende leerkrachten en hun aanpak van de specifieke muzische vorming.

Vormen van samenwerking tussen verschillende artistieke disciplines verdienen aanbeveling. Het is zo dat in Vlaanderen ca. 30% van de bevolking een creatieve hobby heeft: als amateurmuzikant actief in koor, harmonie, popgroep, ofwel actief als dans- of literair gezelschap. Uiteraard zijn heel wat leraren op uw school hierbij betrokken.

Ook heel wat van de leerlingen binnen de school zijn actief binnen bepaalde   kunsteducatieve organisaties en deeltijds kunstonderwijs.

Vanzelfsprekend kunnen de scholen beroep doen op allerlei organisaties, kunstenaars, acteurs, muzikanten binnen te brengen in de school. Hierbij denken we bv. aan een actieve   kennismaking met kunsten en de beoefenaars ervan: workshops, concerten, voorstellingen,   atelierbezoeken,…

Leerkrachten die instaan voor de begeleiding van de specifieke vorming zijn niet alleen verantwoordelijk voor de deskundige en professionele invulling en aanpak ervan. Ze zijn ook verantwoordelijk voor hun eigen vorming.

Om die opdracht op een hedendaagse en toekomstgerichte manier te kunnen   waarmaken, dienen deze vakmensen vanzelfsprekend ook te beschikken over de   nodige infrastructuur en (leer)middelen. Daarbij moeten ze kunnen rekenen op steun   vanuit de schoolleiding en de begeleiding.

Pijler 2: Een geïntegreerd muzisch onderwijsaanbod  
Toch is de artistieke vorming niet alleen het domein van de vakleraar PO of MO. Bij de muzische vorming op school is uiteindelijk iedereen betrokken. Niet alleen omdat het leren van kinderen en jongeren sowieso gebaat is bij een muzische aanpak (instrumentele functie van muzische vorming), maar ook binnen andere leergebieden zijn er  inhouden die sterke banden hebben met het muzische.

Bovendien is men bij de concrete realisatie van leerdoelen dikwijls aangewezen op het gebruik van allerlei ‘muzische werkvormen’ zoals het toepassen van een collagetechniek bij verslaggeving of de kunstbeschouwing binnen het levensbeschouwelijke leren. In die zin is het muzische hier tegelijk ‘inhoud’ en ‘middel’ van leren. Doordat bij een muzische benadering van het leren de leerstof via exploratie en experiment wordt aangebracht en daardoor intens wordt beleefd, kunnen we gerust stellen dat het muzische onmiskenbaar bijdraagt tot een beter en dieper beklijven van de leerstof. Bovendien zorgt het ook voor een beter welbevinden bij en een hogere betrokkenheid van de leerling.

Pijler 3: Een muzisch schoolklimaat

Goede muzische vorming voegt aan het leermilieu de scheppende warmte en de muzische creativiteit toe die het vaak mist, tenminste als ze nauw bij de spontane levensvorm van de betrokken leerlingen aansluit.

Elementen die daartoe kunnen bijdragen zijn:

– het voorzien van voldoende onderwijstijd voor specifieke muzische vorming/artistieke opvoeding;

– een personeelsbeleid dat gericht is op het binnenhalen van complementaire muzische expertise;

– een nascholings- en vormingsbeleid dat adequaat inspeelt op de noden van de (vak)-leraars;

– het voeren van een uitdagend en verrassend cultuurbeleid dat gericht is op kunstzinnige en artistieke initiatie van kinderen en jongeren;

– het creëren van een aangename en kunstzinnige, multiculturele leef- en leeromgeving waar veel te beleven valt en die kansen biedt aan kinderen en jongeren om zich op diverse muzische manieren te uiten en te tonen;

– het stimuleren en organiseren van allerlei binnen- en buitenschoolse activiteiten waar kinderen en jongeren kansen krijgen tot het exploreren van hun muzisch kunnen en beleven, bijvoorbeeld tijdens workshops, schooltoneel, museumbezoeken, optredens, schoolkoor of musical;

– het goed informeren van ouders, leerlingen en leerkrachten over het belang van de muzische vorming;

– het zorgen voor een ruim scala aan vormgevingsmiddelen en leermiddelen om de muzische vorming op een hedendaagse wijze te kunnen realiseren;

– oog hebben voor een consequente en gecoördineerde aanpak van de muzische vorming doorheen de hele school;

– een muzische benadering van het algemene leren op school.

ONDERZOEKSRAPPORT OESO

Uit het onderzoek kwam o.m. naar boven:

Theatereducatie stimuleert cruciale verbale vaardigheden (lezen, schrijven, tekstbegrip, …) en heeft een positieve invloed op sociale skills (empathie, omgang met emoties)

Enkele studies verbinden danseducatie met ruimtelijk-visuele vaardigheden

Leren kijken naar kunst versterkt de wetenschappelijke en wiskundige vaardigheden van jongeren

Muziekeducatie versterkt het IQ en de academische prestaties. Er zijn aanwijzingen dat muziekeducatie het leren van vreemde talen faciliteert.